Gehavende aasvissen

Gehavende aasvissen

november 13, 2010 |  door Daan Gosenshuis  |  Technieken

Alweer bijna een half uur zitten we voor ons uit te staren naar vier oranje dobberpunten die net boven het wateroppervlak op en neer dansen. We liggen stil, het is koud, ik wil eigenlijk wel weer verkassen. We besluiten nog heel even te blijven liggen. Het lijkt of er wat beweging komt in één van de dobbers, plotseling suist de dobber door het wateroppervlak. Yes!!

Als aan het einde van het jaar de watertemperaturen dalen, zoekt de vis warmere plekken op om te gaan overwinteren. Één van die favoriete plekken is de haven, in de winter valt hier vaak veel vis te vinden. Ondanks dat de vis geconcentreerd in de haven ligt hoeft dit niet bij voorbaat te betekenen dat er ook meer gevangen gaat worden; door de kou is de snoek namelijk een stuk passiever. Vaak zie je over een gehele visdag slechts korte aasmomenten van de snoek, je krijgt dan enkele aanbeten in ongeveer een half uur tijd. Echter, wij vissers willen het liefst de hele dag door vangen, dus hoe gaan we de snoek in die passieve momenten toch over de streep trekken?

Prachtige snoek, gevangen op een dode sardine

De haven in

In Nederland hebben we het voordeel dat er veel binnenwater is, en dat deze wateren bijna allemaal met elkaar in verbinding staan. Veel water, veel plezierboten, dus veel plekken waar de boten ’s winters gestald worden: Havens! Ook de vis ‘stalt’ zich ‘s winters graag in de haven. De beschutte plekken, en de iets hogere watertemperatuur, maken het voor de vis erg aantrekkelijk om hier enkele maanden te verblijven.

Voor de visser wordt de haven in de winter ineens een ideale plek. Er zijn weinig mensen aanwezig, er zwemt veel vis en vaak lig je net iets meer uit de koude wind. Helaas zijn de mensen met grote boten, en dikke portemonnees vaak geen liefhebber van mensen in de buurt van hun rijk uitgeruste jacht. Om deze reden worden de steigers van een haven vaak gezien als privé terrein. Alle mensen die er geen boot hebben liggen hebben er dus niets te zoeken, laat staan vissers!

Een goede optie wordt dan het vissen vanuit de boot. Dit wordt ook lang niet altijd toegestaan, maar vaak wordt het wel door de vingers gezien. Let wel goed op andermans boten, want voordat je het weet is het vissen er verboden.

Kunstaas

Voordat de kou echt toeslaat hebben we eerst de periode van eind september tot begin november. Dit is de tijd dat snoek de havens opzoekt, omdat de temperaturen nog niet heel laag zijn is de snoek nog vrij actief. Vooral in deze periode kun je nog goed met kunstaas vangen. Wat bij ons dan vaak het beste werkt is het trollen. Wij trollen dan met grote swimbaits, denk aan een bbz of een shad clone. Ook de fatso is een gewaardeerde troef die vooral vaak door m’n vader, mijn vaste vismaat, wordt ingezet. Dan zijn er nog de grote stukken rubber, en de ratelaars die soms ook verrassend goed uit kunnen pakken.

Het trollen doen we vaak dicht tegen de bodem aan (3 meter diep). De swimbaits moeten dan iets verzwaard worden, dit kan met een of meerdere wartelloodjes. Deze hang je aan dezelfde speld waar ook je kunstaas aan hangt. Wanneer je met ratelaars gaat trollen (bijvoorbeeld een screaming devil) kun je er voor kiezen om wat langzamer te slepen. Door de ratelaar te versnellen en vervolgens weer los te laten laat je deze over de bodem stuiteren. Handig is dan wel om hier een snel zinkende ratelaar voor te gebruiken.

Naast het trollen kun je de haven ook prima uitgooien met bijvoorbeeld jerkbaits of grote shads. Wanneer de snoeken actief zijn kun je ze goed vangen met jerkbaits in het oppervlak. Wordt de vis iets passiever, dan kun je er voor kiezen om langzaam met grote shads iets boven de bodem te vissen.

Aasvis

Nu even de overstap van het actieve, attractieve en soms visuele vissen met kunstaas naar het voor velen “saaie”, passieve vissen met de aasvis. Waarom? Omdat in de koude maanden, november tot en met maart, de snoek door een lagere stofwisseling minder “energie” heeft om achter een jerkbait aan te jagen. Vooral niet als je je bedenkt dat de snoek in een haven vaak tussen zeeën van witvis zwemt. Hij hoeft vaak alleen zijn bek los te trekken, en de witvis zwemt als het ware al naar binnen. Met dit probleem zaten wij ook de eerste jaren. Hoe kun je nou een snoek die in een walhalla van eten zit, verleiden met een stuk plastic?

Aasvis! Dat zou de oplossing zijn volgens vele ervaren vissers. Nou, elk jaar deden we dan weer een verwoedde poging met aasvissen, voorntjes vangen, doodknuppelen, invriezen en aan de haak. Met een ingewikkelde montage kwam het voorntje dan onder een veel te grote dobber te hangen, en we sleepten met meerdere hengels door de havens op zoek naar succes. Dat bleef uit, en het resulteerde dan ook altijd in een hoon gelach over deze domme manier van vissen. Uiteindelijk pakten we het kunstaas dan maar weer en gingen we weer trollen.

Afgelopen jaar was echter alles anders. Ook nu kwam weer het jaarlijkse moment van het vissen met dode aasvis. We hadden nu alleen geen tijd om voorntjes te vangen dus werden er wat sardines gekocht op de markt. Tijdens het jerkend vissen in de haven legden mijn vader en ik ook beide een hengel uit met een aasvis. Mijn vader takelde zijn aasvis aan een titanium onderlijn met 2 kleine dreggen. Aangezien er nog maar één takel was besloot ik mijn aasvis te bevestigen aan een fluor carbon onderlijn met een enkele dreg. Deze prikte ik door de rug van de sardine, zodat deze op een natuurlijke manier onder de dobber kwam te hangen. Om een lang verhaal kort te houden, vingen we die dag 5 snoeken! Allemaal op dood aas, en allemaal op één hengel, namelijk die met het fluorcarbon onderlijntje met één dreg.

Toen we eenmaal de smaak te pakken hadden, vingen we de ene grote vis na de andere


Dit veranderde compleet ons beeld van het dood-aas-vissen. De weekenden erop dat we weer op het water zaten ging de aasvis weer mee. Van makreel tot panharing, alles kwam wel een keer aan de haak te hangen. Vaak was deze manier van vissen erg succesvol, ik zal proberen het een en ander toe te lichten aan de hand van onze bevindingen.

Welke aasvis?

Er zijn talloze mogelijkheden in soorten vis die je zou kunnen gebruiken als dood aas. Voorn, baars, makreel, panharing, sardines, forel, etc. Het voordeel van het gebruik van zoutwatervissen is dat ze vaak veel meer visolie bij zich dragen dan bijvoorbeeld voorn of baars. Wanneer je een panharing in het water gooit zie je vaak een grote wolk visolie aan het oppervlak, dit zal onder water niet anders zijn.

Een ander voordeel van sardines en panharing ten opzichte van de andere soorten is dat deze ontzettend “zacht” zijn. In bevroren toestand kun je ze een heel eind ingooien, maar zodra ze ontdooit zijn vallen ze al bijna van je haak. Wanneer een snoek bijt, zal je bij het aanslaan dus veel beter de haak uit de aasvis kunnen slaan.
Wij gebruiken het liefst grote sardines van een centimeter of 15-20, deze hebben een mooie maat, stinken hard, en de dreggen kun je er goed uitslaan. Wanneer we niet aan sardines kunnen komen, gebruiken we vaak panharingen van ongeveer 30 centimeter. Als deze ook niet voorradig zijn op de markt dan nemen we makreel mee. Makreel is wel minder prettig om mee te vissen, de taaie huid vraagt eigenlijk om een andere montage dan wij gebruiken.

Makreel heeft niet de voorkeur, maar als de visboer op de markt niet anders heeft dan moet je wel. Wees gerust, ook de snoek vind makreel lekker, zie de foto!

Montage

De montage voor het dood-aas-vissen houden we zo simpel mogelijk. Geen montages met drieweg wartel systemen, speciale dead bait rigs of andere ingewikkelde systemen. Gewoon lekker simpel, beginnen bij het begin en niet te moeilijk doen. We willen een aasvis net boven de bodem vissen. Wat hebben we dan nodig?
Allereerst een dobber die zo uitgelood is dat deze nog maar net boven het wateroppervlak komt. Voorzichtige snoek zal namelijk direct loslaten wanneer ze de weerstand van een te grote dobber voelen. Als dobber gebruiken we vaak een simpel schuifdobber (+-25 gram) die worden afgestopt door een stuitje. Uitgelood met een wartelloodje van 15 gram, en daaronder een lange fluorcarbon onderlijn van zo’n 60 centimeter.

Deze dobber is met de uitloding op dat moment eigenlijk niet geschikt. Zoals te zien is komt de punt erg ver boven het oppervlakte uit, waardoor een snoek erg veel weerstand zal ondervinden bij een aanbeet!


Fluorcarbon?! Ja, fluorcarbon! Sommige mensen vervloeken het, en zweren bij titanium, staal of kevlar onderlijn. Fluorcarbon zou namelijk zo doorgesneden worden. Bij ons is dit nog nooit voorgekomen en we hebben toch al behoorlijk wat snoeken gevangen met fluorcarbon! Het grote voordeel is dat het lekker soepel is. Het is echter niet onzichtbaar wat wel eens gezegd werd, maar voor mijn gevoel wel minder zichtbaar dan een stalen onderlijn!

Wanneer we met sardines vissen gebruiken we één dreg, ongeveer gamakatsu 1/0, dit is ter grote van een dreg wat onder een spro pikefighter hangt of een salmo fatso. Voor panharingen of makrelen die groter zijn dan de sardines gebruiken we 2 dreggen, die door middel van 2 fluorcarbon lijntjes aan de hoofdonderlijn worden gemaakt. Beide dreggen hang je in de rug van de aasvis, één aan de voorkant en één aan de achterkant zoals ook op de tekening te zien is. Ook nu gebruiken we gamakatsu dreggen van dezelfde maat.

Een tekening van de montage die we gebruiken voor grotere aasvissen


Als je de aasvis op bovenstaande manier bevestigd komt deze mooi horizontaal in het water te hangen. We hebben het nog enkele keren getest, en elke keer hadden we wel beet op de horizontaal hangende aasvis, en niet op de rechthangende aasvis. Toeval of niet, wij zweren er nu bij!

Hengels

Veelal wordt de suggestie gewekt dat wanneer je met dood aas wilt gaan vissen je eerst een nieuwe set hengels aan moet schaffen. Lange 3+ meter karperhengels of speciale “deadbait” hengels met daarop grote baitrunners. Vanuit de boot is dit echt niet nodig, vanaf de kant is dit wel handig omdat je dan vaak over een lange afstand de haak moet zetten. Uit de boot vis je vaak maar enkele meters achter of naast je boot. Wanneer je dus eens wilt gaan dood-aas-vissen kun je gewoon je standaard roofvishengels gebruiken, iets wat in tijden van recessie nooit verkeerd is.

Het is echter wel zo dat je met een lange karper hengel of dood aas hengel door de zachte blank wel hard aan kunt slaan. Let wel op, wanneer je een jerkhengel gaat gebruiken dat dit een harde korte hengel is. Ga hier niet keihard mee naar achter rossen want dan breekt óf je lijn, óf de bek van de snoek. Vaak is een zacht tikje voldoende om een haak uit de sardine of haring te zetten. Uit eigen ervaring kan ik beamen dat je veel liever 10 vissen verspeelt dan dat je 1x je lijn breekt en de snoek achterblijft met een grote dreg in zijn bek! Gebruik dus ook altijd een dikke lijn die niet kan breken bij het aanslaan!

Niet gaan slepen!

Toen we voor het eerst succesvol waren geweest met dood aas gingen we verder experimenteren. We gingen hele dagen met dood aas vissen en sleepten dan meestal de aasvis door de haven heen. Dit leverde eigenlijk veel minder op dan we verwachtten. Uiteindelijk besloten we maar weer delen haven uit te gooien en een andere hengel uit te gooien met een dobber en sardine. Deze lag gewoon een hele tijd stil naast de boot tot dat we weer een stuk verder voeren om daar te gaan werpen. Opvallend was dat we nu ineens wel aanbeten kregen op de dode aasvis! Hier zijn we verder mee gaan experimenteren en nu vissen we als volgt:

We zoeken de witvis op, vaak nadat je een aantal keren in een haven hebt gevist weet je precies waar je deze kunt vinden. Vervolgens leggen we de boot vast aan een steigerpaal of aan een andere boot. We gooien de aasvissen overboord, een meter of 5-10 van de boot af. De dobber hebben we dan zo afgesteld dat de aasvis net boven de bodem komt te hangen, ongeveer 20 centimeter. Dan komt een mindere periode, afwachten. Zelf vind ik dit het moeilijkste van deze visserij, en wil al snel weer verkassen naar de volgende stek. Gelukkig vis ik met mijn vader die net even iets meer geduld heeft, en vaak komt dan na een half uur de aanbeet. Komt deze niet dan verkassen we naar de volgende plek.

Deze manier van vissen heeft ons ontzettend veel mooie vissen opgeleverd! Soms ging het zo goed dat het eigenlijk te gemakkelijk ging. Dit ging dan ook wel eens dwars tegen het gevoel in van het vissen, want je wilt niet alleen vangen, ook de manier waarop vind je belangrijk. Het dood aas vissen op deze manier is een vrij passieve visserij, maar een voordeel is wel dat je nu lekker de tijd hebt om met je vismaat bij te praten.

Mijn vader en ik hebben dan ook meerdere keren uitvoerig gefilosofeerd waarom deze manier van vissen bij ons veel beter uitpakte dan het slepend vissen. Ons gevoel is dat de vis geen zin of te weinig energie heeft om achter een slepende vis aan te jagen. Deze komt vaak in enkele seconden voorbij, en de snoek zal dan ook aan moeten zetten om deze “bewegende” dode vis te grijpen. Wanneer een sardine stil ligt, heeft de snoek alle tijd om de vis op te zoeken die dat stinkende geurspoor veroorzaakt. Hij kan er nog wat rondjes omheen zwemmen, en vervolgens de sardine met dood gemak naar binnen werken.

Of dit daadwerkelijk klopt zullen we nooit weten, wel komt het overheen met wat we meemaakten tijdens onze visdagen. Natuurlijk zijn er dagen dat slepend vissen ook prima vangt, maar er waren ook zat dagen dat vissers die slepend visten niets vingen. Wij hadden dan op deze dagen vaak een topdag, een bak van een snoek vangen op de eerste plek. Vervolgens na een vangst 20 meter verderop aanleggen en gewoon weer opnieuw vangen, en zo ging het dan een hele tijd door!

Deze manier van vissen kan in de winter net de snoek over de streep trekken die anders niet had gebeten. Het is dan wel een passieve manier van vissen, iets dat misschien niet echt bij een roofvisser past, maar als je dan de dobber weg ziet suizen, schiet je hart in je keel, de adrenaline door je lichaam, en zorgt het voor warme momenten op een koude winterdag!

Daan Gosenshuis

Jesper met zijn persoonlijke record van 109cm, ook op dood aas gevangen!

Over de auteur

Woonachtig in Hengelo, mede-oprichter van Rusky.nl. Studeert werktuigbouwkunde in Enschede. Verslaaft aan het jagen op snoek, maar ook andere roofvis is niet veilig. Naast het studeren en vissen, is hij veel bezig met photoshop en fotografie. Klik op de link onder de foto om contact op te nemen.



4 Reacties


  1. Hallo Daan,

    Leuke stukjes schrijfje !!
    Ik heb een vraagje over het stukje over dood aas vissen.
    Waarom vind jij makreel niet geschikt voor het systeem wat je gebruikt ??

    Mvg,

    Leon Versaevel

    • Daan Gosenshuis

      Dag Leon,

      Zoals je op de foto al kunt zien is de haak bij de aanbeet niet gezet. Dit heb je met de makreel in combinatie met deze methode regelmatig. De huid van een makreel is namelijk veel taaier dan die van een sardine/panharing. Dus wanneer je één zo’n pootje van een dreg stevig in de vis moet zetten, krijg je hem er bijna niet meer uit met aanslaan. En als je hem er te los aan hangt valt hij tijdens het gooien door z’n gewicht er af. Dus mocht je met makreel willen vissen, zou ik kijken of je de dreg met een elastiekje of iets dergelijks kunt bevestigen. Zodat je bij het aanslaan wel gemakkelijk de haak kunt zetten. Ik hoop dat het duidelijk is!

      Met vriendelijke groeten,

      Daan

  2. hallo ik woon in de buurt van Hengelo en wil graag proberen te vissen met dood aas, maar wat is een goede plek in de buurt waar ik het kan gaan proberen.

    gr Rens

    • Daan Gosenshuis

      Dag Rens,

      Er is niet echt veel water rondom Hengelo, maar bijna in al het water is wel een visje te vangen. De beken, denk hierbij aan de Bornsche Beek, Loolee, maar ook het Twentekanaal, maar ook gewoon alle vijvers in Hengelo zelf. Ik zou zeggen probeer het eens en met dood-aas zul je ze vanzelf wel tegen komen :) succes!

      Groeten Daan

Laat een reactie achter